De Verenigde Staten heeft officieel een onderzoek op basis van artikel 301 gestart naar de praktijken met betrekking tot intellectueel eigendom in Vietnam, nadat het land als een prioriteitsland is aangewezen. Deze stap volgt op jarenlange diplomatieke inspanningen en onsuccesvolle pogingen om een gestructureerd actieplan voor intellectueel eigendom tussen de twee landen te ontwikkelen. Het onderzoek heeft als doel vast te stellen of het beleid van Vietnam onredelijk of discriminerend is en of dit een onnodige last vormt voor de Amerikaanse handel.
Belangrijkste aandachtspunten
De beslissing om dit onderzoek te starten, vloeit voort uit verschillende structurele tekortkomingen in de manier waarop Vietnam intellectuele eigendomsrechten beschermt en handhaaft. Deze problemen omvatten digitale piraterij, namaak van fysieke producten en grensbewaking.
Digitale piraterij: Vietnam is uitgegroeid tot een belangrijk wereldwijd centrum voor online inbreuk op het auteursrecht. Het land herbergt talrijke Engelstalige websites die ongeautoriseerde toegang bieden tot films en tv-programma's. Ondanks bestaande strafwetten blijft de handhaving inconsistent; veel verdachten krijgen voorwaardelijke straffen of minimale boetes, wat onvoldoende afschrikkend werkt.
Namaakproducten: Op fysieke markten in grote stedelijke gebieden blijven problemen bestaan met de wijdverspreide verkoop van namaakproducten. Dit probleem is grotendeels verschoven naar e-commerce en livestreamingplatforms. Van bijzonder belang is de toename van frauduleuze aanbiedingen voor gezondheidsgevoelige producten, waaronder voedsel en supplementen, die directe veiligheidsrisico's met zich meebrengen.
Tekortkomingen in de grensbewaking: Hoewel Vietnamese douaneautoriteiten de wettelijke bevoegdheid hebben om procedures op te schorten voor vermoedelijk piraterij- of namaakproducten, maken ze hier zelden gebruik van. Bovendien bieden de huidige wetten onvoldoende mogelijkheden om goederen in transitus aan te houden, waardoor een opening ontstaat voor illegale handel.
Diefstal van software en signalen: Er is een opvallend gebrek aan handhaving met betrekking tot het ongeoorloofd gebruik van software binnen de bedrijfswereld. Bovendien bestaan er weliswaar enkele wetten om satelliet signaaldiefstal aan te pakken, maar deze bevatten niet de noodzakelijke strafrechtelijke sancties om effectief te zijn.
De complexiteit van merkenbescherming en -monitoring
Voor bedrijven die actief zijn in opkomende markten zoals Vietnam, laten deze bevindingen zien hoe moeilijk het is om de integriteit van een merk te behouden. Vanuit juridisch oogpunt is de overgang van administratieve handhaving naar effectieve civiele of strafrechtelijke maatregelen de belangrijkste uitdaging.
In veel rechtsgebieden die een snelle groei doormaken, vertrouwen autoriteiten sterk op administratieve boetes in plaats van robuuste gerechtelijke procedures. Dit creëert een mentaliteit dat het negeren van rechten "een acceptabele kostenpost" is voor overtreders. Voor bedrijven betekent dit dat een agressieve aanpak van merkm monitoring noodzakelijk is. Het is niet langer voldoende om een merk simpelweg te registreren; bedrijven moeten actief zowel fysieke markten als de digitale omgeving, inclusief livestreams op sociale media, in de gaten houden om ongeoorloofd gebruik op te sporen.
Het risico van merkverwarring is ook groter in deze omgevingen. Wanneer handhaving zwak is, gebruiken kwaadwillenden vaak "look-alike"-branding die bekende wereldwijde merken imiteert. In een markt waar consumenten mogelijk minder gewend zijn om de authenticiteit te controleren, kunnen zelfs kleine verschillen leiden tot aanzienlijke aantasting van het merk en verlies van inkomsten.
Volgende stappen voor het onderzoek
De USTR heeft overleg aangevraagd met de Vietnamese regering als onderdeel van dit proces. Het is te verwachten dat het onderzoek binnen zes maanden zal worden afgerond, hoewel verlengingen mogelijk zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de praktijken van Vietnam in strijd zijn met artikel 301, kan de handelsvertegenwoordiger verschillende maatregelen aanbevelen, waaronder het opleggen van tarieven of andere niet-tarifaire maatregelen om de intellectuele eigendomsbelangen van de VS te beschermen.