Handelsmerkenconflicten herschrijven de juridische grenzen

Samenvatting

Conflicten rond handelsmerken verleggen de juridische grenzen, nu rechters de bescherming van merknamen en de rechten op door AI gegenereerde inhoud herdefiniëren. Dit noopt bedrijven tot het voeren van een proactief handelsmerkbeleid.

Februari en maart markeerden een reeks gerechtelijke uitspraken die wijzen op een significante verschuiving in de interpretatie en toepassing van het merkenrecht. Van districtsrechtbanken tot het Hooggerechtshof worden de regels die merknamen en creatieve inhoud beheersen, opnieuw gedefinieerd. Voor bedrijven, met name diegenen die merkenportefeuilles beheren of door AI ondersteunde inhoud gebruiken, blijft deze periode een tijd van voorzichtige waakzaamheid.

Naamgeving van functies en merkenonderzoek

Op 14 februari vaardigde rechter Eumi Lee van het Northern District of California een voorlopig bevel uit tegen OpenAI, waarmee het gebruik van de naam "Cameo" voor een functie in zijn Sora-videogeneratieplatform werd geblokkeerd. De zaak ontstond toen Open, een gevestigd platform voor celebrity-video's, een rechtszaak wegens merkinbreuk aanspande. De rechtbank oordeelde dat "Cameo" niet louter beschrijvend was, maar suggestief, en daarom in aanmerking kwam voor merkenbescherming.

OpenAI had de functie eerder al hernoemd tot "Characters" na een eerder dwangbevel, maar het voorlopig bevel bezegelde deze wijziging. Het bedrijf heeft inmiddels beroep aangetekend bij het Ninth Circuit. Deze zaak onderstreept dat de naamgeving van functies geen eenvoudige branding-beslissing is – het is een kritiek onderdeel van merkenonderzoek. Een naamconflict met een kapitaalkrachtige concurrent kan leiden tot noodmaatregelen in de vorm van een injunctie bij de productlancering, wat gedwongen, kostbare rebranding met langetermijngevolgen voor de reputatie tot gevolg heeft.

Probeer IP Defender risicoloos

AI-auteurschap en auteursrecht

Op 2 maart wees het Hooggerechtshof het verzoek tot cassatie (certiorari) af in Thaler v. Perlmutter, waarmee de uitspraak van het D.C. Circuit werd bekrachtigd dat auteursrechtbescherming menselijk auteurschap vereist. Dr. Stephen Thaler had betoogd dat zijn AI-systeem, DABUS, autonoom visuele kunst had gecreëerd en dat het eigendom bij de maker van het systeem zou moeten berusten. Het Copyright Office, de districtsrechtbank en het D.C. Circuit verwierpen deze claim allemaal.

De beslissing heeft belangrijke implicaties voor bedrijven die generatieve AI-tools gebruiken. Auteursrechtbescherming hangt nu af van de mate van menselijke creatieve betrokkenheid bij het sturen, vormgeven of wijzigen van door AI gegenereerde inhoud. Werken met minimale menselijke input kunnen mogelijk geen bescherming genieten. Juristen in loondienst moeten het beleid inzake AI-inhoud herzien om vast te stellen welke rechten, indien überhaupt, het bedrijf heeft bij het publiceren van door AI ondersteund creatief werk.

De Merchandise-oorlogen en een circuit-split

Het meest ingrijpende merkenberoep van 2026 dient zich aan bij het Third Circuit in The Pennsylvania State University v. Vintage Brand LLC. Een federale jury achtte Vintage Brand aansprakelijk voor opzettelijke merkinbreuk nadat het merchandise in retrostijl met Penn State-logo's en historische afbeeldingen zonder licentie had verkocht. De districtsrechtbank verwierp de zogenaamde "per se"-regel, die elk gebruik van een merk op merchandise als inherent bron-aanduidend beschouwt, en eiste in plaats daarvan dat Penn State een daadwerkelijke kans op verwarring bewees.

De rechter erkende scepsis over de toepassing van merkenrecht op situaties waarin de universiteit geen directe rol speelde bij de verkoop van de merchandise, maar handhaafde nonetheless het jury-oordeel en vaardigde een permanent bevel uit. Vintage Brand heeft beroep aangetekend, en het Third Circuit heeft nu de kans om een circuit-split op te lossen die nooit eerder direct op appel-niveau of door het Hooggerechtshof is behandeld.

Onzekerheid bij het USPTO

Het Amerikaanse Octrooi- en Merkenbureau (USPTO) opereert momenteel in een periode van echte onzekerheid. De positie van de Commissaris voor Merken is vacant sinds februari 2025, following het vertrek van David Gooder. Leiderschapswisselingen en een aanwervingsstop hebben het vermogen van het agentschap beïnvloed om zijn werklast efficiënt te beheren.

Ondanks historische dieptepunten in de verwerkingstijden voor merken – de wachttijd tot de eerste actie was gedaald tot ongeveer 5 tot 6 maanden – staan deze verbeteringen nu onder druk. Personeelstekorten, verloop en interne communicatieproblemen zouden de recente winst kunnen tenietdoen. Juristen in loondienst moeten overwegen om eerder merkenaanvragen in te dienen en meer flexibiliteit in te bouwen in de tijdsplanning voor merkintroducties.

Nu het juridische landschap zo snel verandert, is het belangrijker dan ooit om potentiële conflicten voor te blijven. Het monitoren van uw merken is niet slechts een beste praktijk – het is een noodzaak. IP Defender monitort nationale merkenregisters op conflicten en inbreuken, waardoor bedrijven hun intellectuele eigendom kunnen beschermen voordat het te laat is. Door proactief te blijven, kunt u de kostbare en tijdrovende juridische gevechten vermijden die gepaard gaan met reactieve benaderingen.