Waarom beschrijvende merken geen registratie in de EU krijgen

Samenvatting

Het Gerecht van de Europese Unie heeft de merkaanvraag van OpenAI voor 'OPENAI' afgewezen, met het oordeel dat de term beschrijvend is voor toegankelijke software voor kunstmatige intelligentie. Deze uitspraak bevestigt dat gangbare Engelse combinaties geen inherente onderscheidend vermogen hebben, tenzij ze uniek functioneren als herkomstsaanduiding. Tegelijkertijd heeft 7-Eleven in de VS een rechtszaak aangespannen tegen Nike wegens overeenkomsten in kleurenschema's, wat de moeilijkheid onderstreept van het handhaven van rechten op handelskleding. Ondernemingen moeten prioriteit geven aan het kiezen van van nature onderscheidende merken en het aantonen van secundaire betekenis voor niet-traditionele brandingselementen om robuuste merkenbescherming te waarborgen.

Merkenrecht bevindt zich op het precieze snijvlak van taalkundige nauwkeurigheid en commerciële realiteit. Voor bedrijfsleiders is het cruciaal om te begrijpen hoe een merknaam wordt waargenomen – als bronvermelding of louter als beschrijving – om intellectuele-eigendomsrechten effectief te beschermen. Recente juridische ontwikkelingen in de Europese Unie en de Verenigde Staten belichten twee verschillende, maar even formidabele uitdagingen: de moeilijkheid om beschrijvende termen te registreren en de complexiteit van het bewijzen van verwarring bij consumenten in geschillen over kleurgebruik in branding. Voor ondernemingen die zich door dit landschap navigeren, wordt het steeds belangrijker om de impact van de Digital Services Act op merkhouders te begrijpen, nu platforms onder toenemende scrutiny komen wat betreft handhaving van intellectuele eigendom.

De valkuil van beschrijvendheid in het EU-merkenrecht

In de Europese Unie vereist het verkrijgen van een merkregistratie meer dan alleen het gebruik van een naam; het vraagt om bewijs dat de naam fungeert als herkomstteken. Dit beginsel werd onlangs getoetst in een aanzienlijk geschil involving OpenAI en zijn voorgestelde EU-woordmerk "OPENAI".

De kernvraag voor het Gerecht van de Europese Unie was of de term beschrijvend was voor de aangeboden waren en diensten, specifiek in klassen die computersoftware, cloudcomputing en databeveiliging bestrijken. Het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO) had de aanvraag gedeeltelijk geweigerd, met het argument dat het merk geen onderscheidend vermogen bezat omdat het twee veelvoorkomende Engelse woorden combineerde: "open" en "AI" (Artificial Intelligence).

Probeer IP Defender risicoloos

Waarom beschrijvende termen geen bescherming genieten

De redenering van het Gerecht onderstreept een fundamenteel beginsel van het merkenrecht. Een teken kan niet worden geregistreerd als het informatie verschaft over de kenmerken, kwaliteit of het beoogde doel van de waren of diensten. In dit geval zou het relevante publiek – consumenten en professionals in de technologiesector – "OPENAI" waarschijnlijk interpreteren als verwijzend naar toegankelijke, onbeperkte of transparante kunstmatige intelligentie, in plaats van als een unieke merknaam voor de software van OpenAI Inc.

Belangrijke leerpunten voor bedrijven zijn:

  • Grammatica doet ertoe: Het Gerecht merkte op dat de combinatie voldeed aan de standaard Engelse grammaticaregels (bijvoeglijk naamwoord voorafgaand aan zelfstandig naamwoord) en elk fantasie-element miste. Het ontbreken van een spatie tussen de woorden maakte de term niet minder beschrijvend.

  • Één betekenis is voldoende: Registratie kan worden geweigerd als het teken minstens één betekenis heeft die de waren beschrijft, zelfs als er andere betekenissen bestaan. Voor technologiediensten was de interpretatie van "toegankelijke AI" voldoende om registratie te blokkeren. Dit benadrukt waarom het begrijpen van merkenverwarring en de impact daarvan op bedrijven cruciaal is om dergelijke regelgevende hindernissen te vermijden.

  • Bekendheid is niet genoeg: OpenAI voerde aan dat zijn naam reeds wijdverspreid bekend was. Roem staat echter niet gelijk aan inherent onderscheidend vermogen conform artikel 7, lid 1, onder c). Bewijs van bekendheid door gebruik moet afzonderlijk worden beoordeeld onder artikel 7, lid 3), wat verwerving van onderscheidend vermogen na verloop van tijd mogelijk maakt. Zolang dergelijk bewijs niet is overgelegd en aanvaard, blijven beschrijvende termen uitgesloten van registratie.

  • Onafhankelijkheid van rechtsgebieden: Het feit dat een merk in andere territoria may zijn geregistreerd of door eerdere EUIPO-beslissingen is goedgekeurd, bindt huidige beoordelingen niet. Elke aanvraag wordt beoordeeld op zijn eigen merites binnen het specifieke juridische kader van de Verordening inzake het Uniemerk.

Deze beslissing dient als een strenge herinnering dat innovatie in taal niet automatisch eigendomsrechten verleent. Bedrijven moeten zorgvuldig evalueren of hun gekozen merken inherent onderscheidend zijn of dat ze het risico lopen te worden gecategoriseerd als generieke sectorterminologie.

Kleurverwarring en hoogprofielrechtszaken

Terwijl beschrijvendheid een hindernis vormt voor registratie, presenteert de handhaving van bestaande rechten tegen potentiële inbreukmakers zijn eigen complexiteiten. Dit bleek uit een recente rechtszaak aangespannen door 7-Eleven tegen Nike betreffende het kleurenschema van zijn Air Max 95-sneakers.

De uitdaging van kleurmerken

7-Eleven daagde Nike voor de rechtbank in het Noordelijk District van Texas, met de stelling dat de oranje, groene en rode banden op een specifiek sneakermodel leken op de al lang gevestigde trade dress van de supermarktketen. De zaak beweerde dat de releasedatum (11 juli, oftewel 7/11), samenvallend met "7-Eleven Day", consumenten zou doen geloven dat er een geautoriseerde samenwerking bestond.

Deze zaak illustreert de genuanceerde aard van merkeninbreuk bij kleurgebruik in branding:

  • Associatie versus verwarring: Merkenrecht beschermt tegen verwarring bij consumenten, niet tegen loutere associatie. 7-Eleven moet bewijzen dat de overeenkomst waarschijnlijk kopers doet geloven dat de producten afkomstig zijn van of gelieerd zijn aan hen.

  • Historisch gebruik en secundaire betekenis: Om een kleurmerk af te dwingen, moet een bedrijf aantonen dat de kleur "secundaire betekenis" heeft verworven – dat consumenten die kleurcombinatie primair associëren met het merk in plaats van slechts als decoratief element. 7-Eleven wijst op zijn gebruik van het oranje, groene en rode palet sinds ten minste 1987.

  • Contextuele factoren: De rechter zal waarschijnlijk kijken naar de timing van de productlancering, eventuele eerdere discussies tussen partijen en mediaberichten die reeds ambiguïteit hebben gecreëerd. Nikes intentie om ondanks onderhandelingen door te gaan met marketing suggereert een berekend risico betreffende de sterkte van 7-Elevens claim.

Dit lopende geschil toont hoe gemakkelijk de impact van merkenverwarring op merkbewaking zich kan manifesteren in onverwachte marktconflicten, zelfs tussen niet-gerelateerde sectoren.

Strategische implicaties voor bedrijven

Voor merkhouders benadrukt dit geschil het belang van het monitoren van niet alleen directe concurrenten, maar ook potentiële overlappingen in trade dress. Hoewel Nike een wereldwijde gigant is, kunnen zelfs grote bedrijven geconfronteerd worden met juridische uitdagingen als hun ontwerpen per ongeluk lijken op gevestigde merken van anderen met sterke historische branding.

Omgekeerd moeten bedrijven die vertrouwen op kleur als onderdeel van hun merkidentiteit continu investeren in het opbouwen en documenteren van de secundaire betekenis van die kleuren. Zonder robuust bewijs van langdurig exclusief gebruik en consumentherkenning blijven claims gebaseerd op kleur kwetsbaar voor uitdagingen.

Navigeren door de complexiteiten van merkenbewaking

Beide zaken tonen aan dat merkenrecht niet statisch is. Het evolueert door gerechtelijke interpretatie van taal en visuele branding. Voor bedrijven is proactieve merkbewaking essentieel. Dit houdt meer in dan alleen controleren op identieke namen; het vereist analyseren hoe merken in context worden waargenomen – taalkundig in de EU of visueel op de Amerikaanse markt.

Succesvolle merkenbescherming vereist een dubbele strategie:

  1. Due diligence vóór registratie: Zorg ervoor dat voorgestelde merken inherent onderscheidend zijn en niet louter beschrijvend voor waren of diensten.

  2. Waakzaamheid na registratie: Monitor de markt op potentiële inbreukmakers die ambiguïteiten in trade dress of beschrijvendheid kunnen exploiteren om gratis mee te liften op gevestigde merkreputatie.

Bedrijven moeten ook waakzaam zijn tegen specifieke bedreigingen zoals die waarmee SherpaTea of TELČSKÝ LIKÉR te maken krijgen, welke dienen als herinnering aan hoe gemakkelijk gevestigde merken kunnen worden aangevochten.

Voor bedrijven waar merkwaarde een significant deel van hun activabasis uitmaakt, is het begrijpen van deze juridische nuances niet slechts een kwestie van compliance – het is een kerntaak voor het bedrijf. Het inschakelen van een professionele merkbewaking dienst helpt om uw merk effectief te bewaken en zorgt voor tijdige actie bij potentiële inbreuken.